Magazine #3, interview Jan Galesloot
De patiënt als verdienmodel en hoe het ook anders kan.
Jan Galesloot is oprichter van huisartspraktijk Mozaïek en bestuurder van gezondheidscentrum Lijn 2 in de Afrikaanderwijk op Rotterdam Zuid. Een van de armere multi-etnische wijken
in Rotterdam waar bewoners veel klachten hebben, zowel fysiek als mentaal, en vaak
slecht Nederlands spreken. Hij heeft zijn sporen verdiend als tropenarts in Kameroen, als verpleeghuisarts, als medewerker aan de Universiteit van Maastricht en sinds 1983 als huisarts in de Afrikaanderwijk in Rotterdam. Door zijn brede achtergrond kijkt hij anders naar gezondheid: niet de ziekte is leidend, maar de mens. Wat kan Mathenesse hiervan leren?
Tekst: Annemarie Sour, Foto’s: Sander van Wettum
Bij hem staat niet de medische kwaal centraal en het voorschrijven van medicijnen, maar het totale beeld van de mens: geestelijk welbevinden, fysieke functies, zingeving, maatschappelijke participatie, voeding en impact van schulden. Heeft een mens regie over deze verschillende terreinen dan gaat het goed met zijn gezondheid.
Chronische ziekte als geldmachine
“Onze leefstijl met weinig bewegen, industriële voeding en veel stress veroorzaakt chronische ziekten”, concludeert huisarts Jan Galesloot. Hij somt het lijstje op met in de top 7: diabetes, hart- en vaatziekten, auto-immuunziekten, reuma, kanker, COPD en depressies. Galesloot: “Deze ziekten, gecombineerd met de gevolgen van medische en farmaceutische overbehandeling, zorgen voor een zeer actief medisch bedrijfsleven en een uiterst succesvolle economische sector, waarin chronische ziekte aanvaard wordt als een gegevenheid.” De corona-epidemie, die vooral kwetsbare mensen heeft getroffen, zet hier het voetlicht op. In plaats van steeds meer medische zorg aanbieden, pleit Galesloot voor een terugkeer naar de basiszorg die de vitaliteit van mensen bevordert.
Meer vraag naar medische zorg in arme wijken
In de Rotterdamse wijk waar Galesloot actief is kampen mensen met armoede, werkloosheid, sociale stress, schulden, overlast, onveiligheidsgevoelens, opvoedingsproblemen en beschikken vaak over te weinig vaardigheden om hiermee om te gaan. Deze wijk vertoont daarmee overeenkomst met Oud Mathenesse en Het Witte Dorp. Wat kunnen we van de aanpak van Galesloot en zijn team leren? Op zijn spreekuur treft hij regelmatig uitgeputte mensen, die onder druk staan, bezig zijn met brandjes blussen en problemen proberen op te lossen binnen hun sociaal systeem of gevechten moeten aangaan met calculerende werkgevers, die slecht werk aanbieden voor een laag loon. Dat overkomt onze ‘nieuwe helden’, de schoonmakers, pakketbezorgers en bijvoorbeeld orderpickers in internetmagazijnen. “Deze problemen en stress vertalen zich in extra zorgbehoeften, die in een arme wijk als de Afrikaanderwijk aanmerkelijk hoger ligt dan in de gemiddelde Nederlandse middenklasse wijk.”, zegt Galesloot. Hij en zijn collega’s zien het terug in het telefonisch spreekuur waar ze te maken hebben met angstige en boze bellers, die nog dezelfde dag persoonlijk geholpen willen worden en geen telefonisch advies accepteren.
“De bouw van de nieuwe wijk en de vernieuwing van de oude zullen gelijk op moeten gaan.”
Het roer moet om
“Dokter ik ben altijd moe”, is een veel gehoorde klacht in zijn praktijk. Zijn eerste reflex als huisarts is de medische analyse: ziekte, oorzaak, medicatie voorschrijven, onderzoeken laten verrichten met als sluitstuk ziekenhuiszorg. Galesloot: “Dit heb ik zo geleerd, en zo is de opleiding nog steeds. Het moet echter totaal anders, zowel de organisatie van de huisartsenpraktijk als de omgang met patiënten.” Al enige jaren kiest hij voor een andere aan- pak: delen van consulten worden uitgevoerd door praktijkondersteuners en leefstijlcoaches, de patiënt denkt mee, sober omgaan met het voorschrijven van medicatie en interventies alleen wanneer het werkelijk zinvol is. Daar- naast neem hij veel ideeën over van voedings- experts en andere pioniers op het gebied van natuurlijke gezondheid. Galesloot: “Die zijn in Nederland gemarginaliseerd, weggehoond, maar hebben volgens mij de toekomst.”